Arya Samàj

 

Khimradj Pherai

Bussumsestraat 153

2574 JG  Den Haag

Tel: 070 – 3235050  of mobiel 0642153517

E-mail:khimradjpherai@casema.nl

 

 

Den Haag, 20 november 2002

 

 

Aan diverse organisaties in Nederland en Suriname

 

Betreft: reactie op de brief van Asan Nederland in verband met hun commen­taar op de Ràmàyana van Tulsîdàs de Ràmcharatis Manas.

 

In de gouden eeuw van India, waarin India op allerlei gebieden uitblonk, waren geen aanhangers van Arya Samàj. De ware Arya’s waren de zonen van Mahàrishi Kasyapa en Aditi. De Arya’s (hun gedachten (visies) bestaat sedert de schepping van de mensheid (Arya betekent = nobel, edel).

 

De zogenaamde Arya Samajis van Suriname en Nederland zijn de grootste vijanden van de Sanatan Dharm. Zij verwerpen het avatàr principe.

Zonder de Heer Shiva te dienen, zullen deze zogenaamde Arya Samajis alleen over materiële kennis beschikken. Volgens Shri Krishna Bhagavan behoort materiële kennis niet tot kennis. Alleen door geestelijk spirituele kennis    en vaardigheden kan een mens bevrijd worden van de kringloop van geboorte en dood.

 

Wanneer iemand onderscheid kan maken van de drie guna’s (de drie geaardhe­den n.l, goedheid, hartstocht en onwetendheid) zal de persoon zijn leven kunnen verbeteren (zie bijlage over de drie geaardheden).

 

Volgens de vedische astrologie staat 75% bij geboorte van een mens reeds vast wat iemand in zijn leven zal doen en 25% ligt in jou uw eigen handen om verandering eraan te brengen. Dit heeft allemaal met karma van vorige levens te maken. Wat je vorige levens gezaaid heb, zal hij/zij in dit leven en het hierna oogsten. Dus de zogenaamde Arya Samajis moeten de schuld van onder­drukking niet geheel aan de zogenaamde brahmanen de schuld geven.

Dat iemand arm geboren is en zogenaamd zich laat onderdrukken of moslim of een christen wordt of een andere religie gaat belijden heeft niets ermee te maken in horoscoop geschreven staat een ander religie hieraan verbete­ring zal brengen. In jyotish staat reeds alles vastgelegd. Jyotish is een onderdeel van de heilige vedas. Als je dit onderdeel niet erkent, dan is men niet objectief bezig. Men verwaarloost (negeert) een belangrijk onderdeel van de vedas.

 

Al ben je een bedelaar niemand zal jou het recht ontnemen om geen toegewijde van de Heer te worden. Shri Krishna bhagavan heeft heel duidelijk in de Bhagavad Gîtà gezegd, degene die zijn lichaam gekend heeft zal mij vinden.

 

Dat mensen wegens onderdrukking moslim of christen worden heeft te maken met karmische handelingen van voorafgaande levens.

Wie weet wat deze mensen in hun vorige levens gedaan hebben.

Er zijn palmbladlezers in India die over 3 levens en zelfs over 7 levens

over je kunnen vertellen betreffende bepaalde positieve en negatieve belevenissen die je in leven meemaakt. Zorg er voor dat je in dit leven positief bezig ben. Dus nogmaals wat je gezaaid hebt zal je ook oogsten.

 

De zogenaamde Arya Samajis in Suriname hebben het land niet vooruit ge­bracht. Hun politieke leider was niet geschikt om het land te besturen. Vandaar dat hij nooit minister president (premier) van het land was gewor­den. Hij  was onder druk van de NPS of andere creoolse partij de PNP.

In 1975 pleegde een Arya Samajis verraad en liep om financiële belangen over naar de NPS. Zo werd het land in 1975 onafhankelijk. De gevolgen van de  onafhankelijkheid in 1975, zijn tot heden merkbaar.

 

In 1980 kreeg hij de gelegenheid van de militairen om een regering te vormen, maar durfde het niet zonder de NPS en de KTPI.

 

De volgelingen van Arya Samajis beraamden 3x moord pogingen op de militairen leiders van toen uit de weg te ruimen n.l:

 

–  1e keer in de tempel van Arya Samaj te Pad van Wanica

–  2e keer in het paleis van de president op het Oranjeplein

–  3e keer de mislukte coup van februari 1982 waarbij 2 Arya Samajis door        militairen werden vermoord.

 

Niemand keurt de december moorden goed, maar het waren de Arya Samajis die aan de macht wilde komen. Wat zijn de gevolgen hiervan tot heden?

De militairen gingen heel veel geld in wapens investeren en de burger bevolking is tot heden de dupe ervan geworden. De militairen waren in het begin goed bezig om het land te herstellen. Suriname staat door toedoen van de Arya Samajis tot de afgrond.

 

In 1987 kreeg hij weer de kans de heft in handen te nemen, maar durfde niet zonder de NPS, SPA en KTPI de verkiezing in te gang. De toenmalige Hindoe­staanse president kreeg tegenwerking van de zogenaamde grote leider van de VHP. Van de telefoon coup van december 1990 was hij op de hoogte ervan.

 

Ook de tegenwoordige leider van VHP is een Arya Samaji en onderdrukt de Sanatanis in Suriname. Dit gebeurt reeds bijna 55 jaar in de Surinaamse politiek. Aan de ware Sanatanis wil ik vragen om afstand te doen van de zoge­naamde Arya Samajis en samenwerking te zoeken met ware Arya Samajis, die Sri Raam en Sri Krishna als avatars erkennen en ook de astrologie waarde hechten.

 

Het Bestuur van Arya Samaj Nederland is een familie vereniging, met andere woorden, er zijn geen geschikte andere Samajis om belangen van hun achterban te behartigen. De ware Arya Samajis die Sri Raam en Krishna als avatars accepteren worden door de fundamentalisten geweerd voor bestuurlijke functies.

 

De heer Ramlal van Brits Guyana die thans in Amerika (New York)  woon-

achtig is, heeft aan mij op 9 maart 2001 verteld dat de zogenaamde pandits van Arya Samaj in Nederland en Suriname de Havan yajna niet goed verrichten. Ramlal houdt de Havan yajna zoals de Sanatanis.

 

Zo heeft een ware Arya Samaji, een zogenaamde pandit van Arya Samaj uit zijn radio station weggejaagd en een klacht bij het hoofdbestuur van Arya Samaj ingediend. Deze zogenaamde pandit van Arya Samaj woont aan de Herman Costerstraat. Deze zogenaamde geleerde pandit van Arya Samaj van Neder­land gebruikt ongepast termen aan het adres van Bhagavan Shri Raam en Shri

Krishna Bhagavan en heeft ook geen kennis van astrologie en doet zich voorkomen als een geleerde van de Veda’s. Swami Dayanand Saraswatie wil ik van niets de schuld geven. Het zijn  de fundamentalisten die alles verdraaid aan hen achterban over brengen en hen hun eigen wil opleggen.

Dit is in strijd met de waardheidsbeginselen, zijn deze mensen wel goed bezig? Je moet pas kritiek op aan andere religie leveren wanneer je het beter dan hen doet. Maar helaas is het niet zo bij de fundamentalisten.

 

Met de wil van de Allerhoogste Heer heb ik het kastenstelsel wetenschappe­lijk bewezen en niet de zogenaamde Arya Samajis. Vanaf april 1996 heb ik met de wil van God strijd geleverd zodat de Karmavadisch nu vier zetels in het huidige Hindoeraad hebben. De Arya Samajis wilden hieraan niet meewerken en boden tegenstand dat zij de vertegenwoordigers waren van de Karmavadische beweging in Nederland. Maar niets is minder waar. Met Gods wil ben ik de initiatiefnemer en mede-oprichter van Stichting Karmavadisch Sanatan Dharm Maha Sabha Nederland. Ik was penningmeester van bovengenoemde organisatie en was voorstander van een landelijke aanpak, maar er waren anderen die hun privé belangen hoge prioriteit gaven. Toen ik zag dat de doelstellingen niet behaald zouden worden, was ik genoodzaakt om mijn functie neer te leggen.

Maar ik bleef alle Karmavadische organisaties tot het laatste moment steunen. Velen weten het nog dat ik diverse brieven naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de Tweede kamer en zelf naar premier Kok heb geschreven.

Ik heb heel veel respect voor broeders van Sanatan Dharm dat juist zij zetels hebben ingeleverd om de Hindoeraad tot stand te laten komen.

De Arya Samajis waren met hun eigen HBO priester opleiding begonnen en zaaiden verdeeldheid binnen de Hindoeraad. Wat heeft de Hindoeraad Nederland tot heden bereikt? Er is maar alleen ruzie en wij worden door de Nederlandse overheid uitgelachen of zijn wij bezig om de belangen van de Nederlandse overheid te behartigen. Aan zulke mensen wil ik vragen om verder dan hun neus te kijken, anders zullen ze de boot missen.

 

Kan men de Televisie uitzending van NMO met OHM vergelijken.

De programma’s van de OHM is meer gebaseerd op een familiekliek. Je ziet bijna steeds dezelfde doelgroep op de televisie. Dus tot heden zijn wij niet in staat om betere uitzendingen dan de Nederlandse Moslim Organisa­tie te verzorgen. Er zijn teveel Arya Samajis in dienst van de OHM en dit werk stagneren voor goede programma’s. De Arya Samajis willen veto-recht, dit is niet anders dan angst, dat andere over hen zullen overheersen.

Probeer eerst je zelve te verbeteren en dan de mens of je achterban.

 

Vorig jaar in de maand januari heb ik aan de heer S.Biere twee email gestuurd in verband met het in toentertijd uit te geven boek. Vedische Astrologie, Wetenschap die alles over uw leven vertelt vanaf de geboorte tot de dood. Er is door O.H.M te weinig aandacht besteed over dit boek. Als een blanke Nederlander dit standaard werk had geschreven, zou er uitgebreid via OHM t.v. aandacht besteed worden. Het feit dat OHM t.v. niet heeft uitgezon­den, wordt de achterban van de Hindoes onthouden van informatie. Deze is geenszins een schone zaak. Voorts niet objectief tegenover de Hindoes die standaard Hindi geschriften in het Nederlands schrijven. Het doel van de OHM moet juist erop gericht zijn om zoveel mogelijk objectieve informaties aan hun achterban te verstrekken. Vooral nu de vedische astrologie in het westen (Amerika, Europa) grote belangstelling heeft (in Nederland worden diverse cursussen over vedische astrologie gegeven).

De vedische astrologie bevat alle facetten van iemands leven, voor de huwelijksvergelijking moet veel aandacht krijgen. Het huwelijk van huidige generatie Hindoe jongeren is meer gericht op liefde op het eerste gezicht, terwijl aan de gemeenschappelijke overeenkomsten en verschillen helemaal geen aandacht wordt besteed. Gevolg veel huwelijken worden korte tijd nam het huwelijk ontbonden. Vedische astrologie kunnen de jongeren objectieve informatie geven, om een geschikte partner te vinden, opdat zij een voor­beeldig en gelukkig huwelijksleven kunnen leiden.

De vorige voorzitter van OHM was een Arya Samàji.Ik hoop dat de huidige voorzitter die een Sanatàni is, wel aan bovenstaande boek aandacht zal schenken. Bij de presentatie van mijn boek, waren de Arya Samajis uitgeno­digd, helaas zonder enig bericht van verhindering waren zij afwezig.

Ik hoop dat ik met dit schrijven de ware boodschap overbreng aan mijn achterban (Sanatanis) en achterban van de ware Arya Samajis, zowel in Suriname als in Nederland. Indien u hierop constructieve bijdrage wil leveren, is schriftelijke reactie van uw kant van harte welkom.

 

Zeven stappen om ons lot te beheersen

Omstandigheden; gedrag; karakter; gewoonte; handelen; denken en adem.

 

Welke neigingen we ook hebben, we hoeven er niet ons hele leven door te laten bepalen. We beschikken over de vrije wil om veranderingen aan te brengen. Wat kunnen we doen om positieve veranderingen tot stand te brengen?

We moeten beschikken over geduld en toewijding. Het duurt een poosje voordat bewuste gedragingen doordringen tot het onderbewuste en automatismen worden. als we weten wat het effect is van de volgende stappen, kunnen we onszelf leren onze vrije wil op een constructieve manier te gebruiken.

 

Adem

Onze gedachten worden voortgebracht door de ademhaling. We hebben de adem, die het leven instandhoudt, nodig om een idee te transformeren tot een levende realiteit. Als we leren de kwaliteit en diepte van onze ademhaling te beheersen, kanaliseren we de levenskracht of prana – een subtiele ademstroom die ons kracht en energie geeft.

 

Denken

Een diepe, evenwichtige ademhaling – waarbij de cyclus van in – en uitade­ming moeiteloos verloopt – schept een toestand van innerlijke rust waarin helder, objectief denken mogelijk wordt. We kunnen ons beter concentreren op het moment van nu zonder de grotere verbanden uit het oog te verliezen.

 

Handelen

Als we eenmaal in staat zijn helder over een situatie of probleem na te denken, weten we hoe we moeten handelen. We kunnen onderscheid maken tussen wat we willen en wat we nodig hebben. We kunnen bepalen wat werkelijk goed voor ons is en wat niet.

 

Gewoonte

Door ons te gedragen volgens positieve gedragspatronen scheppen we gewoon­ten. Hoewel deze nieuwe handelwijzen aanvankelijk bewuste inspanning vragen, zullen ze na verloop van tijd een vanzelfsprekendheid worden.

 

Karakter

Gewoonten vormen de grondslag van ons karakter. Als een reeks gewenste, herhaalde handelingen eenmaal tot een onbewuste gewoonte wordt, beseffen we dat we begonnen zijn onze vroegere neigingen te veranderen.

 

Gedrag

Ons gedrag weerspiegelt de veranderingen in onze innerlijke aard, ons karakter. Andere mensen zien dat we wijzer en leifdevoller worden.

 

Omstandigheden

Met een positievere houding en gedragslijn zullen we merken dat onze levensomstandigheden beter worden. We vinden een grotere harmonie in ons werk, onze persoonlijke relaties en ons spirituele leven.

De vedische verklaring van de schepping van het universum

Alle pogingen om de schepping van het universum te verklaren – wetenschap-

pelijk of metafysisch – houden in dat het Ene opgedeeld moet worden in een veelheid. De meeste moderne wetenschappers verklaren de oorsprong van het universum bijvoorbeeld als een explosie van energie in materie – de oer­knal – die het ons bekende universum van melkwegstelsels, gesternten, zonne-

stelsels enzovoorts zijn vorm gaf. In het Oude Testament schept God eerst hemel en aarde, licht en duisternis, planten en dieren en dan ten slotte de mensen, zowel mannen als vrouwen.

In vrijwel elk geloofstelsel, of het nu wetenschappelijk of religieus van karakter is, zien we een patroon. Er is een scheppende kracht (actief, mannelijk en positief), een ontvangende kracht (passief, vrouwelijk en negatief) en een energetische, dynamische kracht  die tussen deze twee in vibreert en ze tegelijkertijd verbindt en gescheiden houdt.

De vedische verklaring van de schepping zegt dat, voordat het universum bestond, God – die Purusha wordt genoemd – bestond als een niet-gemanifes­teerde, vormloze entiteit. Het evangelie van Johannes zegt: `In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God.’ Het Woord is van God gescheiden (bij God), maar tegelijkertijd niet van God te scheiden (het was God).

 

*De heilige mannen van India begrepen dat het universum was ontstaan door de vibratie van Aum, het `Woord” en dat de waarneembare dualiteit van positieve en negatieve energieën in harmonie bijeengehouden werd door een neutrale derde kracht.

We zijn geneigd dualiteit te zien als twee afzonderlijke en aan elkaar tegengestelde uitersten: licht en duisternis, mannelijk en vrouwelijk, warm en koud. Maar hoe moeten we het punt beschrijven waar warm koud wordt, waar dag nacht wordt of waar actief passief wordt? We zijn geneigd dat neutrale punten te zien als iets dat bij geen van de twee uitersten hoort. We beschouwen de schemering bijvoorbeeld als de tijd tussen dag en nacht, maar we beschouwen die neutrale periode zelf niet als dag of nacht. Omdat de schemering echter met beide uitersten aanwezig is, bevat ze elementen van zowel dag als nacht. Zo hebben ook actief/passief en positief/negatief een neutrale tegenhanger. Dat punt is niet niet-actief/ niet – passief, niet – positief/niet – negatief: het is er alleen maar. Het neutrale is de kracht die de  tegengestelden met elkaar verbindt en van elkaar scheidt. Deze resonante tussen de tegengestelden is de levenskracht van het universum. Het concept van de dualiteit is dus impliciet een drieëenheid.

 

De drie guna’s: een benadering van de drie bewustzijnsniveaus

Daar de essentie van het Hoogste Wezen scheppend is, ontvouwde God zich om zich in ruimte en tijd te manifesteren. Het vormloze hoogste Wezen (Param­brahma) schiep het universum.

Gebruikmakend van zijn vrouwelijke aspect – Moeder Natuur of prakriti – plantte hij het zaad van de schepping. Tijdens de voortbrenging van de manifeste natuur verdeelde Parambrahma, door de vibratie van de goddelijke woord Aum, zich in drie afzonderlijke maar complementaire aspecten, die guna’s worden genoemd – sattwa, rajas en tamas.

We vinden de drie guna’s, de bouwstenen van de schepping, verweven met de gehele natuur, en alles in het universum wordt beïnvloed door het samenspel van deze drie complementaire draden.

De guna’s worden weergegeven in de hindoeïstische drieëenheid van de schepper Brahma, de instandhouder Vishnu en de vernietiger Shiva.

Sattwa of Brahma is het aspect van Parambrahma in ons. Het is het deel van ons dat we de ziel noemen. Tamas is Shiva uit de drieëenheid, de kracht van het tenietdoen, de vernietiging.

 

Het vertegenwoordigt onze fysieke aard, ons lichaam. Rajas, het Vishnu-aspect van de  drieëenheid, is de kracht van het instandhouden. Het houdt verband met het denken. Volgens de vedische literatuur verlangde Parambrahna (het Ene, de niet-gemanifesteerde God) ernaar liefde te delen. Om ons deel te kunnen laten hebben aan zijn liefde maakte hij gebruik van de kracht van Shiva (de vernietiger) om uiterlijk de structuur van het Ene teniet te doen en op te delen in veelheid- het gemanifesteerde universum. Vanuit de oorspronkelijke drieëenheid van lichaam, geest en ziel. Om de veelheid in staat te stellen het Ene te verwezenlijken, verenigt rajas (de instandhouder Vishnu) de begeerte of het verlangen naar liefde, tamas (Shiva) met het object van liefde (sattwa of Brahma). Dit aspect van rajas, het bewaren van het evenwicht, wordt buddhi genoemd – onderscheidende intelligentie.

 

 

 

Het principe van het universele magnetisme

De metafysische tegenhanger van de wetenschappelijke theorie van de oerknal, waarin het universum explodeerde vanuit het kosmische ei, is dat er in den beginne, voordat er enige stoffelijke manifestatie was, een niet -gemanifes­teerde maar alwetende scheppende intelligentie was, wier denken de stoffe­lijke driedimensionale realiteit van ons universum baarde. Deze scheppende energie, die de Eerste Beweger of Parambrahma wordt genoemd, werd in het stoffelijk universum merkbaar als twee tegengestelde krachten: aantrekking en afstoting, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk.

De hindoeïstische metafysica beschouwt het totale universum als een reusach­tige magneet, die door twee tegengestelde krachten bijeengehouden wordt. Alle dingen, van  het macro-universum tot het zonnestelsel, de mensheid en de kleinste subatomaire deeltjes, hebben de positieve en negatieve polari­teit van een magneet. En zoals elke magneet heeft ons zonnestelsel en alles wat zich daarin bevindt een centrale zone die noch positief noch negatief is, maar neutraal, net als het oorspronkelijke bronpunt of centrum.

Hoe vaak men een magneet ook in tweeën deelt, hij behoudt zijn polen maar ook zijn neutrale centrum. De kern van alle dingen wordt dus gevormd door een neutrale zone.

Dit dimensieloze punt speelt een centrale rol in de evolutie, als de bron waaruit het centrum geschapen is. Wanneer we het doel van het leven beschou­wen als de poging om ons te bevrijden van dualiteit en één te worden  met de bron van de schepping, zou het logisch zijn dat we, naarmate we meer toegang krijgen tot dit centrale punt door de twee tegenpolen met elkaar samen te laten gaan, meer greep krijgen op ons spirituele erfgoed (een omkering van de oorspronkelijke `oerknal’).

Dezelfde elektromagnetische dynamiek die we in het hele universum aantref­fen, vinden we ook in de handen. We zijn een menselijk magneet: we trekken mensen en omstandigheden in ons leven aan of stoten ze uit ons leven af. Ieder van ons bevat de aspecten van mannelijke en vrouwelijk, rede en gevoel,lichaam en ziel. We kunnen onze dualiteit beëindigen door ogenschijn­lijke  tegengestelden te leren zien als aspecten van een grotere eenheid.

De drie guna’s vertegenwoordigen de principes van het universele magnetis­me. De energie van sattwa is wezenlijke positief en aantrekkend. Sattwa zoekt zijn oorsprong, de vormloze geest van God. De energie van tamas is wezenlijk negatief en afstotend. Tamas neigt ertoe zich van zijn oorsprong los te maken. Sattwa en tamas zijn op zich goed noch slecht, maar leggen eenvoudig de hoedanigheden van de Hoogste Geest aan de dag die zich manifesteren in de dualiteit van het bestaan. In het ideale geval houdt het derde aspect van deze drieëenheid, de neutrale kracht rajas, deze twee uitersten in evenwicht door de drie guna’s harmonisch met elkaar te verbinden.

 

Samen verbinden de drie guna’s de onvergankelijke ziel met het lichaam. Als de geest weet dat het lichaam het voertuig van de ziel is, gebruikt de geest zijn onderscheidende intelligentie om de waarheid van de schepping te begrijpen: dat lichaam, geest en ziel één zijn. Als stoffelijk wezen begrijpen we ons uiteindelijke doel op het intuïtieve niveau van de ziel: dit deel van het Ene. De dynamische resonantie die door deze integratie wordt geschapen, is te vergelijken met de fysieke toestand van extase die in het Oosten samadhi wordt genoemd, de eenwording van lichaam en ziel.

Wanneer onze gedachten in beslag worden genomen door onze fysieke aard, verliezen we ons zielezelf uit het oog. We aanvaarden de illusie van het ego, dat we afzonderlijke wezens zijn met unieke doelen, begeerten en capaciteiten.

Het denken fungeert niet meer alleen als een tussenfase tussen lichaam en ziel, maar begint zijn eigen `realiteit’ te scheppen. De harmonische verbinding van de drie guna’s begint uiteen te vallen. Gevangen in de illusie van gescheidenheid probeert het denken zich, in de dagelijkse wereld van de zintuigen, te uiten in dromen. We hechten waarde aan de dingen van de wereld: een goede opleiding, een goede baan, een prettig huis, aardige vrienden en een bevredigende relatie. Ons verlangen naar liefde wordt naar buiten gericht, naar de wereld, en niet naar binnen naar de ziel. We zijn ons misschien bewust van een dualiteit van lichaam en geest, maar weten niet meer dat het het doel van de geest is lichaam,, geest en ziel te integreren.

 

Drie bewustzijnniveaus

De kracht van Moeder Natuur, of prakriti, is complex en opgebouwd uit een groot aantal elementen. Vanuit de scheppende trilling van Aum resoneren de panchtattwa’s (de vijf scheppende principes): akasha (ether), vayu (gas), tejas (vuur), appa (vloeistoffen) en kshiti (vaste stoffen).

De gehele schepping, met inbegrip van de mens, bestaat eerst in het causale gebied. Dit bewustzijnsniveau is doortrokken van kosmische intelligentie of chitta. In het causale gebied is er een bewustheid van individualiteit, maar geen gescheidenheid van het goddelijke Zelf. Uit de  schepping  komt Gods geschenk van de vrije wil voort. de onderscheidende intelligentie (buddhi) stelt ons in staat te beseffen dat we deel zijn van het Ene. Het ego of ahamkara, de ogenschijnlijke kern van de persoonlijkheid, stelt ons in staat te beseffen dat we een individu zijn.

In de toestand van ahamkara of ego hebben we keuzes. We kunnen de bewustheid van onze individualiteit gebruiken om het in het goddelijke Zelf te blijven. Hier oefenen we buddhi uit. We kunnen onszelf echter ook opvatten als onafhankelijke, autonome wezens, los van het Ene. Dan aanvaardt de geest of manas (zintuiglijk bewustzijn) de illusie van anders- zijn. Het proces van ontvouwing, weg van de kern, brengt ons in het astrale gebied, het tweede bewustzijnsniveau.

De geest heeft de zintuigen nodig om zijn individualiteit te ervaren – de organen van verlangen (tanmatra’s), namelijk ruiken, proeven, zien, aanraken en horen. Dit zijn abstracte concepten die hun tegenhanger hebben in de lichamelijke kenmerken (neus, tong, ogen, huid en oren). De geest heeft ook de motorische organen nodig – de vijf instrumenten van het handelen ( karmendriya’s), namelijk uitscheiding, voortplanting, lopen, werken met de handen en spraak. Dit zijn activiteiten of processen die ons in staat stellen abstracties te realiseren door het concrete. Verder heeft de geest de organen van het kennen (jnanendriya’s) nodig – de neus, de tong, de ogen, de huid en de oren. Dit zijn concrete lichamelijke kenmerken.

Uit de vier vermogens van het causale gebied – chitta, buddhi, ahamkara en manas – en de vijftien vermogens op het astrale niveau komen de vermogens van het stoffelijke gebied voort – de  mahabhuta’s (grove elementen), namelijk ether, lucht, vuur, water en aarde.

 

De drie bewustzijnsniveaus – causaal, astraal en stoffelijk – laten zich illustreren door bijvoorbeeld het proces waardoor Alexander Graham Bell zijn uitvinding van de telefoon gestalte gaf. Eerst ontstond het idee ( het causale niveau) van de mogelijkheid te kunnen spreken met iemand die zich op enige afstand bevindt. Daarna kwam de ontwouwing van het concept naar onderzoek, wetenschappelijke formules en diagrammen astrale niveau), de blauwdruk van de uitvinding. Ten slotte was er het eigenlijke produkt, waaraan materiële componenten zoals elektriciteit te pas kwamen ( het stoffelijke niveau).

 

Het concept maya

In het dagelijks leven zijn de meeste mensen zich meer bewust van de stoffelijke dimensie dan van het astrale en causale niveau. We beschouwen onszelf als een uniek, onafhankelijk wezen, gescheiden van de anderen en, behalve op een filosofische en abstracte manier, gescheiden van God.

 

Volgens de vedische leer is dit de illusie van het menselijke bestaan dat maya wordt genoemd. Hoe meer we streven naar vreugde, naar bewustheid, naar een realiteit buiten onszelf, des te meer zal dat ons ontgaan, want ware vreugde, ware bewustheid en ware realiteit bestaan in het oneindige, in het goddelijke Zelf waarvan we deel uitmaken.

 

Het symbool Aum

Een van de problemen van een beschrijving van het proces waardoor God universum heeft geschapen is dat we beperkt worden door onze eindige, menselijke terminologie. Waarschijnlijk laat de schepping van het universum zich het best benaderen door middel van een vergelijking.

Daarom geven de veda’s het scheppingdproces weer met het symbool van Aum.

Toen ze hun  inzichten in Aum, het universele `lied’ van de schepping, wilden noteren,  bedachten de hindoeïstische wijzen een symbool dat zowel de eenheid als de diversiteit van de schepping en de realiteit tussen Schepper en schepping kenmerkt. Het Aum- symbool wordt beschouwd als een microkosmos van het universum, dat de macrokosmos is.

Het Sanskriet-teken voor Aum is een grafisch symbool van het samenspel van de energie van de drie guna’s. Bovenaan bevindt zich een horizontale boog met in het midden een punt. Dit is een weergave van Parambrahma of God, de niet gemanifesteerde, oorspronkelijke, scheppende bron – het `Ene”. Onder de boog bevindt zich het hoofdgedeelte van het symbool, waarin wordt gesugge­reerd dat `het Ene veelheid geworden is’ – het stoffelijke, gemani­festeerde universum. De kiem van het Aum-symbool bevindt zich in het midden.

Vanaf dit punt lopen drie afzonderlijke lijnen, die de draden van energie of bewustzijn weergeven – de guna’s. De bovenste lijn, die tegen de klok in loopt, vertegenwoordigt sattwa. De onderste lijn, die met de klok mee loopt, vertegenwoordigt tamas. De derde lijn, die horizontaal vanaf het raakpunt van de twee eerste lijnen loopt, vertegenwoordigt rajas. De vorm van deze lijn is een afspiegeling van het horizontale boogje bovenaan, Parambrahma.

 

 

 

                        De rol van karma

In De goddelijke avonturenroman verklaart Paramahansa Yogananda de wet van oorzaak en gevolg:

Als ge geboren wordt is ongeveer driekwart van uw leven bepaald door uw verleden. Het resterende kwart vormt ge zelf. Als ge, door uw eigen vrije

keuze en wilsinspanning, niet zelf bepaalt wat dat kwart zal zijn, zal het driekwart deel het resterende kwart voor u bepalen en wordt ge een marionet. Dit wil zeggen, ge wordt absoluut beheerst door uw verleden, door de invloed en de gevolgen van uw vroegere neigingen.

In het Sanskriet wordt het concept van oorzaak en gevolg karma genoemd. Volgens de vedische filosofie zijn er drie verschillende vormen van karma die rechtstreeks betrekking hebben op uw inactieve en actieve hand. Het

eerste karma, sanchit, verwijst naar alles wat we hebben gedaan in al onze vorige levens, tot onze huidige geboorte. Sanchit is een mengsel van al het positieve en negatieve karma dat we hebben geschapen en is te  inactieve hand. Omdat het vrijwel onmogelijk is alle effecten van het verleden tijdens één leven te ervaren, betreden we dit leven met slechts een gedeelte van ons karmische banksaldo. dit gedeelte wordt prarabdh genoemd en is te vinden in de actieve hand. Kriyaman  is het karma dat betrekking heeft op onze vrije wil. Onze uiteindelijke handelwijze, gebaseerd op onze vrijheid van keuze, heeft een direct effect op heden en verleden, zoals te zien in de actieve en inactieve hand. Kriyaman is de onbekende factor. Het is de kracht van onze wil en ons onderscheidingsvermogen om vooruit of achteruit te gaan.

Als we kriyaman positief gebruiken, is het ons vermogen de vrije wil te gebruiken om onze wensen in vervulling te doen gaan en alle voornemens van onze actieve hand in praktijk te brengen. In negatieve zin is kriyaman het onvermogen om bewust  positieve keuzes te maken; we vervallen in de slechte gewoonten van het verleden en creëren daardoor nog zwaarder karmische schulden.

Als we gebruikmaken van het vermogen van de onderscheidende intelligentie (buddhi), nemen we de juiste beslissingen. Als we ons laten overweldigen door het verlangen naar zintuiglijke bevrediging (manas) ten koste van de rede, zullen we geneigd zijn onverstandige beslissingen te nemen.

 

 

               Vrije wil of lotsbestemming?

Betekent dit dan dat we nu geen keuze hebben? zijn we voorbestemd om te leven binnen de voorschriften van ons verleden of kunnen we de loop van ons leven veranderen?

 

Dit is een hele belangrijke vraag, omdat velen van ons een fatalistisch standpunt innemen. We accepteren ons lot zonder te proberen veranderingen in ons leven aan te brengen. We grijpen niet de kans en durven het niet aan iets te ondernemen om uit onze schaal te breken. We laten alles om ons heen alleen maar gebeuren met het idee dat we niets kunnen doen dan hulpeloos ons karma uitwerken en leven met wat het verleden ons heeft aangedaan. We accepteren dat we onderworpen zijn aan het lot zonder eigen vrije wil. Dit is de fatalistische manier om naar het leven kijken.

 

De waarheid is dat, hoewel er enkele dingen in ons leven zijn die we nu moeten accepteren, we wel degelijk meester zijn over ons eigen lot. We trekken leven na leven ons eigen plan. Wat is het nu dat we moeten accepte­ren en wat kunnen we veranderen?

 

Volgens de wet of het principe van karma ben je een produkt van je verleden en je karma of handelingen uit het verleden werpen nu de vruchten af in dit lichaam, in deze geest, in dit leven. Je lichaamsbouw, je denkwijze, je talenten en zelfs de leden van je gezin, zijn allemaal een gevolg van je verleden. Je hebt ze niet toevallig gekregen en deze dingen moeten we accepteren. Acceptatie hiervan is soms moeilijk; sommige mensen geven God de schuld van hun huidige situatie. Ze denken dat God onbillijk is of dat God hun vergeten is.

 

Dit is niet de juiste houding. Wij zijn verantwoordelijk voor ons lot en voor onze huidige omstandigheden.

 

 

           Verborgen Zaden van het Verleden

Vanuit onze handelingen in het verleden dragen we zaden in ons die vruchten afwerpen en onze huidige omstandigheden tot stand brengen. We dragen ook zaden in ons die nog vrucht moeten gaan dragen; al deze zaden hebben de potentie om uit te groeien tot een nieuwe boom en toekomstige ervaringen, situaties en condities voorts te brengen. Hierin hebben we geen keuze. wij dragen deze zaden al in ons en we hebben ze te accepteren. Deze zaden zijn verborgen in een deel van ons dat we het oorzakelijk lichaam noemen.

 

In de kern van ons wezen bevindt zich de ziel. De ziel wordt omvat door het oorzakelijk lichaam en hierin liggen al onze verlangens en alle zaden van onze karma’s opgeslagen. het wordt het oorzakelijk lichaam genoemd, omdat het de oorzaak is van alle andere lichamen. Het veroorzaakt het toneelspel van de schepping en van ons karma.

 

Onze latente verlangens en neigigingen slapend in dit oorzakelijk lichaam te wachten om te voorschijn te kunnen komen.

 

In een kind zie je soms mooie en onschuldige eigenschappen. Wanneer hij of zij opgroeit kan het zijn dat je totaal andere eigenschappen ziet. Onder bepaalde omstandigheden openbaren zich andere neigigingen in het kind. Het kan zijn dat je sommige hiervan helemaal niet kunt waarderen. Waar waren deze eigenschappen verborgen. Zij lagen als zaden in het oorzakelijk lichaam van het kind te wachten op de tijd om te kunnen groeien en zichtbaar te worden.

 

Het kan gebeuren dat iemand niet weet dat hij een bepaalde eigenschap bezit, maar dat zich een bijzondere situatie voordoet waardoor deze eigenschap zichtbaar wordt. We dragen dus in ons oorzakelijk lichaam zaden vanuit het verleden met ons mee en zij creëren de toekomstige omstandigheden in ons leven. Zij creëren tot op zekere hoogte gebondenheid aan de wereld. Een van de uitdagingen van het leven is te leren hoe we het oorzakelijk lichaam kunnen zuiveren.

 

 

                       De planeten en de omgeving

Behalve door het effect van onze handelingen in het verleden, worden we ook sterk beïnvloed door onze omgeving en door de planeten. Studie van de astrologie laat ons zien dat de planeten invloed op je hebben. het kan gebeuren dat een van de planeten je op een bepaalde dag energie stuurt waardoor je heel agressief wordt, of waardoor je ongecontroleerd dingen doet en zegt. De omgeving en de omstandigheden beperken ons ook in onze acties.

Ik kan bijvoorbeeld zeggen dat het dorp waarin ik geboren ben in zijn ontwikkeling stilstaat, hetgeen beperkt heeft wat ik kan doen. Of er vindt in mijn omgeving een of andere crisis plaats waarin ik zo verwikkeld ben geraakt, dat ik geen andere keus heb dan me op een bepaalde manier te gedragen. We zijn gevangen in het drama van het leven – gedreven door de omgeving, door invloeden van de planeten en door ons verleden. Via welke weg kunnen we hieraan ontsnappen? Hoe kunnen we onszelf bevrijden? Wij allen zijn dat Hogere Bewustzijn in ons met de kracht van vrije wil. Ieder van ons heeft het vermogen om de loop van onze bestemming te veranderen. We kunnen zijn wat we maar willen en we hebben het vermogen om ons leven te verande­ren. Waarom kunnen we de vrije wil die we hebben niet gebruiken.

                    

 Word de Meester

Ook al hebben we een vrije wil, we kunnen die niet gebruiken tenzij we een hoger niveau van verlichting bereiken. Dan pas hebben we toegang tot die wil en die kracht die we bezitten. We lezen veel boeken en vergroten onze kennis, maar toch gaan we zwaar gebukt onder de last van onwetendheid. De loop van onze bestemming kan alleen veranderd worden wanneer we ons meer bewust worden van onze ware goddelijke aard. Dat bewustzijn geeft ons kracht en geeft ons de kans om het verleden, de planeten en de omgeving te overwin­nen. We worden meester over ons zelf. Het is dus belangrijk om naar verlich­ting te streven.

 

Wanneer je mediteert en je Zelf-bewustzijn toeneemt, begin je meer van jezelf te begrijpen. Dit geeft je de gelegenheid om de loop van je bestem­ming te veranderen. Je hebt echter nog vele zaden vanuit het verleden in je die je tegen zullen houden. Als je bewustzijn toeneemt, zullen vele gevoe­lens, verlangens en gedachten in het oorzakelijk lichaam zich gaan roeren. Om bevrijd te worden, zul je met dit oorzakelijk niveau aan de slag moeten.      

 Het eerste verlangen

Eerst moeten we begrijpen waarom de ziel aanvankelijk in de wereld kwam. als de ziel zo perfect is, waarom neemt het dan een onvolmaakt lichaam aan. Ons

fysieke lichaam wordt oud en vergaat. Ons mentale lichaam maakt ons soms gelukkig eb creëert soms depressie. Waarom heeft deze prachtige vonk zichzelf vrij van verlangens en gelukkig is?

 

Het ware antwoord is dat het allemaal een Goddelijk Spel is. het Goddelijke Bewustzijn wilde zich vermenigvuldigen, een drama opvoeren op en dan van het spel genieten.

 

En hoe begint het plezier? Hoe raakt het Zelf in de wereld verwikkeld? Het karma begint in het oorspronkelijk lichaam met een verlangen.  Wanneer de ziel in de wereld komt, is het eerste verlangen. “Ik wil ervaren. Ik wil plezier hebben.” Dat is het eerste verlangen van de ziel. Wanneer je eenmaal iets gaat verlangen, begint het karma en het spel vangt aan. Veronderstel dat je een nieuw huis wenst. Het astrale lichaam wordt actief en je geest begint te denken. Het intellect begint te werken en beelden van het huis komen op waarmee je je fysieke lichaam voedt. Het fysieke lichaam wordt heel actief en geeft je de middelen om het huis te verkrijgen. Uiteindelijke krijg je het huis en het fysieke lichaam geniet ervan. Zo werkt het proces van karma. Het verlangen start het karma, de geest gaat aan het werkt, je verzamelt materiaal, je geniet ervan en dan is het karma opgelost. Zo raakt de Ziel door deze verschillende lichamen betrokken in de wereld. we noemen dit karmische spel involutie – het betrokken raken van de Ziel in de wereld. 

Bevrijden van het verleden

Zoals al eerder gezegd wordt in de meditatie de omgekeerde weg afgelegd. We gaan vanuit het fysieke lichaam naar het astrale lichaam, dan naar het oorzakelijk lichaam en tenslotte raken we de kern van ons wezen – het Zelf.

We zitten in een juiste houding en houden het lichaam stil. Dan gaan we naar het astrale lichaam waar de geest zich bevindt en we houden één gedachte in de geest stil te maken. Vervolgens gaan we naar het causale lichaam. Tenslotte dringen we door tot het Zelf en voelen we hoe de ruimte in ons expandeert. We voelen vreugde en liefde want we hebben ons diepste centrum­ – de Spirit – bereikt.

 

Tijdens de meditatie ontplooien we ons spirituele zin als we het centrum van ons wezen benaderen. Dit wordt de evolutie van de Ziel genoemd en door dit proces worden we van ons verleden bevrijd. Het karmisch spel maakt de Ziel dus betrokken en meditatie maakt dat de Ziel zich ontplooit. Het karmische spel is het proces van involutie terwijl meditatie en het vinden van onze Spirit in ons het bevrijdende proces van evolutie is.

 

Verlangens leven voort

Wat gebeurt er als iemand sterft? Het fysieke lichaam desintegreert maar het astrale lichaam blijft voortbestaan, evenals het oorzakelijk lichaam, dat met al haar verlangens en neigingen een belichaming van het Zelf vormt.

De dood maakt dus geen einde aan karma. Hoewel het fysieke lichaam sterft, blijven al je verlangens voortleven. Dit is de reden dat je weer een nieuw lichaam moet aannemen: om je karma’s uit te werken en te ervaren.

 

Mijn oorlogen een spel van karma

Ja, dat is een spel van karma. Als je een kind hebt dat negatief denkt, zal dat kind negatieve vrienden aantrekken en zal constant in moeilijkheden verkeren. De geest van dat kind creëert verwoesting om zich heen. Op dezelfde manier kan een groot aantal negatief denkende mensen negatieve situaties in een land  teweegbrengen – zelf oorlog. Daarom proberen grote meesters verlichting te creëren in steeds me er mensen, opdat de atmosfeer zal veranderen. Als de maatschappij volledig verlicht is, hoeven we ons geen zorgen meer over oorlogen, of over wat dan ook. Oorlogen zijn dus een karmische spel. Een spel van oorzaak en gevolg. De oorzaken zijn de negatief ingestelde geesten en de gevolgen zijn de negatieve dingen die daaruit voortkomen.

Als je verlicht wordt, hebt je dan het einde van je karma bereikt? Kom je na die ervaring nog terug op de aarde?

 

Het lichaam keert naar de aarde terug (wordt weer stof) en de ziel keert terug naar zijn Bron; daarna vindt er geen geboorte of wedergeboorte meer plaats. Wanneer je verlicht bent zijn alle verlangens verdwenen en is de tijd gekomen om te rusten.

 

De vrouw, haar cultus en haar mysterie

`De vrouw schept het heelal, zij is het lichaam zelf van dit heelal.

De vrouw is de onderhoudster van de drie werelden, zij is het wezen van ons lichaam.

Er bestaat geen ander geluk dan dat verschaft door de Vrouw.

Er is geen andere weg dan die welke de Vrouw ons kan openen.

Er is nooit geweest en er zal nooit zijn, noch gisteren, noch vandaag, noch morgen, een ander geluk dan de Vrouw, noch een koninkrijk, noch een bede­vaart, noch yoga, noch gebed, noch een magische formule (mantra) noch ascese, noch een volheid anders dan die ontplooid door de Vrouw.

                         Shaktisangama-Tantra ll.52

 

Iedere vrouw is Shakti

Moeder-godin, baanbreekster, oorsprong van alle leven, bron van genot, weg naar de transcendentie: de vrouw en haar mysterie liggen in het hart van tantra, het wezen van haar duizendjarige boodschap.

 

Ongetwijfeld schijnt deze hoogdravende opsomming geen gelijkenis te vertonen met onze moeder, zusters, echtgenote, eventuele maîtresse, kortom met al de vrouwen van vlees en bloed die we in levenden lijve hebben ontmoet: waar zit haar het mysterie van de vrouw verborgen?

Het is in feite heel het tantrisme dat toegang geeft tot de onpeilbare aspecten van de Vrouw, verscholen in de reële, alledaagse vrouw. De  Kaulavali-Tantra zegt: `Men moet voor iedere vrouw een voetval doen, ongeacht of ze een jong meisje in haar jeugdige luister of een oude vrouw is, of zij nu mooi of lelijk, of goed of slecht is. Men moet haar nooit misbruiken, noch over haar kwaadspreken, noch haar pijn doen, en haar nooit slaan. Zulke daden maken iedere siddhi (vervulling) onmogelijk.’

De cultus die tantra aan de vrouw wijdt, overtreft – verre – hetgeen de vrouwenbewegingen eisen. dit is geen kritiek op deze bewegingen, die nodig geworden zijn in onze patriarchale maatschappij, en die haar ten minste als de gelijke van de man doen erkennen – wat niet synoniem is met `identiek’.

Voor tantra is het voor alles essentieel dat de Vrouw uitrijst boven de vrouw, dat deze verwerkelijkt wat zij werkelijk is, dat zij dat overbrengt

in de kijk op zichzelf en de wereld, dat zij het in haar leven integreert.

De beoefenaar van tantra, voor wie iedere vrouw een incarnatie van Shaktie is, zal ten opzichte van haar een houding hebben die zeer verschilt van die van de gewone man.  Voor hem is zij geen seksueel object om het hof te maken teneinde gunsten van haar te verkrijgen, en evenmin is zij een prooi. Hij is noch een versierder, noch een don Juan. Zelf alleen met hem heeft de vrouw niets te vrezen: zij is veilig, vrij in haar gedrag. zij wordt gerespecteerd en zal nooit lastig gevallen worden.

De boodschap van tantra heeft evenzeer betrekking op de vrouw als op de naam. Iedere tantrische shakti is een echte vrouw, of tracht dat te worden, die de diepten van haar wezen durft te verkennen om daar haar uiteindelijke fundamenten te ontdekken.

Zij is de godin, dat wil zeggen de belichaming van een hoogste, levende en aanwezige kosmische energie, zelfs als zij het niet weet. Het is dus niet alleen de man die zijn houding moet veranderen, maar ook de vrouw moet dat ten opzichte van haar eigen mysterie, dat zij over het algemeen nauwelijks waarneemt: `Ik ben noch mysterieus, noch goddelijk,’ denkt zij. Voor de man is het mysterie van de vrouw haar onberekenbare, irrationele,onvoorspelbare aard, die haar ongrijpbaar maakt. Welnu, haar ware mysterie is dat van het leven, want, of we nu man of vrouw zijn, ons persoonlijk leven is begonnen in de buik van onze moeder. Maar wat rest er tegenwoordig nog, dankzij de genetica en de biologie, van dit zogenaamde mysterie van het leven? Als voor primitieve volkeren de conceptie en de geboorte een mysterieuze aureool hadden, dan is dat niet meer het geval, zelfs niet voor kinderen: Het verhaal van de ooievaar of de kool is wel verleden tijd. Vanaf dat zij naar school gaan, legt men hun uit hoe het spermatozoon de eicel bevrucht, en hoe daarna het embryo in de baarmoeder groeit.

 

De vrouw is zeldzaam

`Het probleem is dat er bijna geen vrouwen meer zijn. Ik beweer dat de vrouwen verdwenen zijn, dat er een ramp heeft plaatsgevonden, dat het geslacht der vrouwen uiteengejaagd en verspreid is, vernietigd, onder onze eigen nietszizende ogen vernietigd. Heren, de vrouw, de afstammelinge van het paleolothicum en het neolithicum, onze moeder, onze vrouw en onze godin, het wezen dat ik zal noemen de vrouw van de man en waarvan wij geen idee hebben, is achtervolgd geweest, zij is getroffen in haar fysiek lichaam en in haar mentaal lichaam en naar het niets teruggestuurd.

Het binnenste van de aarde is vol vergane wouden, vol verdwenen diersoorten, vol met overblijfselen van menselijke en bovenmenselijke soorten waarvan de geschiedenis – als ze ons onthuld worden – onze stoutste verbeelding zou overtreffen.

Ook onze ware vrouw is gemengd met de humus van onderaardse grotten. Hoe komt dat?

Wel heren, denk na! Zij is het die kosten betaald heeft van de geweldige, meedogenloze strijd tegen de primitieve religies van het Westen. Deze strijd beslaat heel de geschiedenis van de wereld die wij beschaafd noemen. denkt u dat daar waar de Romeinse legioenen nooit hun religie hebben aangepast, bijvoorbeeld in Gallië of in Groot- Brittannië, de soldaten van Christus een bodem hebben gevonden die vrij was van denkbeelden en goden? Op duizend plaatsen in ons oude Europa, op de heidevelden, op de vlakten met menhirs, diep in het kreupelhout en aan de oevers waar Pan zong, is de inheemse religie blijven voortbestaan die afkomstig is uit de nacht van de eeuwen, de ware religie van de westerse mens. Mijne heren, ik ben er zeker van dat Europa duizenden jaren een hoog mystiek denken heeft beleefd, dat zelf afkomstig was van de andere eeuwen die toegewijd waren aan de Gehoornde God en aan de verrukking van het vrouwelijk beginsel. Het is voor mij zonneklaar dat deze oorspronkelijke spiritualiteit met geweld weggevaagd is, te vuur en

te zwaard, door een vreemde godsdienst die uit het oosten afkomstig is: het christendom.

De Gehoornde God, de beschermer van de oude mensheid van het Westen, werd Duivel genoemd en vervloekt.

Knappe koppen van tegenwoordig stellen de kwalijke gevolgen van het recent kolonialisme aan de kaak: de Indianen uitgeroeid, de magiërs van Afrika verdwenen, de zwarte beschavingen gekweld. En men vertelt ons niet over onze eigen oeroude totems dieomvergeworpen werden.  Over onze eigen God, die vernederd en vervolgd werd!

Over onze eigen priesteressen, die verdeeld werden! Over onze vrouw die ons ontnomen is! Ook het oude Europa is gekoloniseerd eb verminkt. Ja heren, dat durf ik te zeggen.

Heren, het wezen dat wij vrouw noemen, is niet de vrouw. Het is een degene­ratie, een kopie. De essentie is er niet, het beginsel is er niet, onze vreugde en op onze redding zijn er niet.

Wij wij vrouwen noemen, zijn die slechts het uiterlijk van hebben; wat wij in onze armen nemen, zijn slechts imitaties van een soort die geheel of bijna geheel is uitgeroeid.

De vrouw is zeldzaam, zei Giraudoux. Terwijl de meeste mannen trouwen met een gemiddeld namaaksel van de man, een beetje listiger, een beetje soepe­ler, trouwen ze met zichzelf. Zij zien zichzelf op straat langskomen, met een beetje meer boezem, met een beetje meer heup, het geheel gehuld in zijden jersey; dan lopen zij met zichzelf. het is overigens minder koud dan trouwen met een spiegel. De vrouw is zeldzaam, geen zee gaat haar te hoog, zij werpt tronen omver, zij houdt de jaren tegen. Haar huid is van marmer. Wanneer er al een bestaat, is zij fataal voor de wereld. Waar gaan de rivieren, de wolken, de afzonderlijke volgens naartoe? Ze storten zich bin de vrouw… Maar zij is zeldzaam… Men moet op de vlucht slaan als men haar ziet, want als zij bemint, als zij haat, is zij onverbiddelijk. Haar medelijden is onafwendbaar…Maar zij is zeldzaam.

`De ware vrouw, zij die tot ons komt uit de schaduw van de eeuwen, de vrouw die ons werd gegeven, behoort geheel tot een heelal dat de wereld van de man vreemd is. Zij straalt aan het andere uiteinde van de Schepping. zij kent de geheimen van de wateren, van de stenen, van de planten en de dieren.

 

Heren, het ontdekken van de ware vrouw is een gunst. Niet bevreesd zijn voor haar is er nog een. Zich met haar verenigen vraagt de welwillendheid van God… Wat een vreemde ontmoeting! Zij verschijnt onverwacht in de groep valse vrouwen, en de begunstigde man die haar ziet, begint te trillen van verlangen en van angst.

Alles gaat veranderen. Dit zal een einde maken aan het spelen met zichzelf:

 

Ik zie je borsten zwellen

en soms je buik huiveren

zoals een warme zon die zich verheft,

jij kalmeert mij en ik verwonder me

over al die vermogens die jij bewaart…’

 

Uit het boek TANTRA.

 

Srïmad-Bhàgavatam [canto 7, Hfdst.9 Tekst 46] Prahlàada kalmeert Heer Nrsimhadeva

 

           mauna-vrata-sruta-tapo-‘dhyayana-sva-dharma

             vyàkhyà-raho-japo-samàdhaya àpavargyàh

           pràyah [param purusa te tv ajitendriyànàm

             vàrtà bhavanty uta na vàtra tu dàmbhikànàm

 

                       VERTALING

 

O Allerhoogste Godspersoon, er worden tien methodes voorgeschreven om bevrijding te bereiken – het in acht nemen van stilte zonder tegen wie dan ook te spreken, het zich houden aan bepaalde geloftes, het vergaren van allerlei soorten vedische kennis, het beoefenen van ascese, het bestuderen van de Veda’s en andere vedische geschriften, het naleven van zijn plichten volgens het varnàsrama-dharma stelsel, het uitleggen van de sàstra’s, het wonen op een afgelegen plaats, het in stilte chanten van mantyra’s, en het opgaan in trance. Deze verschillende methodes die tot bevrijding moeten leiden, worden echter over het algemeen gebruikt bij wijze van beroep of als manier om in zijn levensonderhoud te voorzien door mensen die geen meester zijn over hun zinnen. Omdat zulke mensen verwaand zijn, is het goed mogelijk dat deze methodes geen enkel resultaat opleveren.

 

In het Srîmad-Bhàgavatam (6.1.14) staat:

 

                    kecit kevalayà bhaktyà

                      vàsudeva-paràyanàh

                    agham dhunvanti kàrtsnyena

                       nîhàram iva bhàskarah

 

“Alleen de zeldzame persoon die zich volkomen heeft overgegeven aan de zuivere toegewijde dienst van Krsna kan het onkruid van zondig handelen zodanig uitroeien dat het met geen mogelijkheid weer kan opkomen. Dit kan hij bereiken door gewoon toegewijde dienst te verrichten, net zoals de zon met zijn stralen onmiddellijk de mist kan optrekken.” Het werkelijke doel van het menselijk bestaan is om bevrijd te raken uit de materiële verstrik­king. Deze bevrijding kan men via vele methodes bereiken (tapasà brahmacary­ena samena ca damena ca, maar deze berusten allemaal in meerdere of mindere mate op tapasya, ascese, wat begint met het celibaat. Sukadeva Gosvàmi zegt dat degenen die vàsudeva-paràyana zijn, die zich volledig aan de lotusvoeten van Heer Vàsudeva, Krsna, hebben overgegeven, vanzelf de resultaten verkrij­gen van mauna (zwijgen), vrata (geloftes) en meer van dergelijke methodes, door gewoon toegewijde dienst te verrichten.

 

Tot slot wil aan het Bestuur van Sanatan Dharm Mahasabha Nederland en de Hindoeraad Nederland dringend verzoeken om maatregelen te treffen tegen de Pandits die hun werkzaamheden niet naar behoren uitoefenen.

De achterban van Sanatan Dharm wordt door deze Pandits niet goed ingelicht.

 

 

Bij hun gaat het meer om geld te verdienen.

Bijvoorbeeld: de Pandits van de Sanatan Dharm houden geen rekening met de juiste tijdsbepaling voor het houden van Panchak puja, Mula en Graha Shanti.

De juiste tijden heb ik aangegeven in mijn boek.

Bij deze Pandits is het verdienen van geld erg belangrijk.

Anno 2002 willen onze Pandits onze achterban nog steeds dom houden en wat ik jammer vind te zeggen dat ze aan hun achterban zeggen wanneer zij niet voldoende giften krijgen zullen zij dan door deze Pandits vervloekt worden.

De mens moet trachten om het astraal en causaal lichaam te leren kennen en proberen in dit leven kennis en vaardigheden te verwerven over de Opperziel

(Parambrahm). Hierdoor zal een mens zelf mukti bereiken en anderen de juiste weg wijzen voor de spirituele leven/groei.

 

 

Ràm Ràm aur sàdar namaskàr

 

 

 

Kh. Pherai